Weekblad Tertio interviewt Serge Bloch over ‘Dragende woorden’

Voor Frans auteur Frédéric Boyer toont de Bijbel ons vandaag nog altijd zijn kracht en originaliteit. Daarnaast gaat de schrijver in zijn scheppend proza in dialoog met de oude verhalen. “Het is mijn manier om mijn geloof te bevragen.”

Geert De Cubber  /  Samen met illustrator Serge Bloch schreef Frans auteur Frédéric Boyer vorig jaar een van de opmerkelijkste boeken. Niet alleen titel en onderwerp zijn anno 2016 ongewoon, ook het formaat is uitzonderlijk. Toch weet Bijbel. De dragende verhalen jong en oud te bekoren, zo blijkt uit een vraaggesprek dat Tertio met de auteur had. Hoewel Boyer zich al heel lang bezighoudt met Bijbelteksten – door vertaalwerk, maar ook als scheppend schrijver –, is het idee voor een boek over de dragende verhalen van de Bijbel ontstaan na een ontmoeting met Frans illustrator en kunstenaar Bloch.  “We wilden de grote Bijbelse verhalen vertellen met woorden en beelden van vandaag, maar ook met de vragen van vandaag”, beantwoordt Boyer de vraag waarom het boek er kwam.

Wie de evangeliën zoekt, doet dat vergeefs. Het boek behandelt alleen het Oude Testament.  “De eerste twee of drie jaar komt er wellicht geen boek met de dragende verhalen van het Nieuwe Testament”, geeft Boyer aan.  “Maar we werken er wel aan. We denken na over de vorm die dat boek moet hebben. Het Nieuwe Testament stelt ons voor andere uitdagingen. Hoe moeten we Jezus en zijn wereld weergeven en oproepen? Welke plaats kennen we toe aan de paulinische geschriften?”

Condition humaine
Boyer en Bloch willen naar eigen zeggen aantonen welke kracht en originaliteit de Bijbelse verhalen hebben in de wereld van vandaag.  “Die oude verhalen spreken ons over migratie, gastvrijheid, oorlog, belofte en hoop, streven naar macht, en over zwakte”, legt Boyer uit.  “Kortom, over onze condition humaine. Terwijl ik aan het boek werkte, was ik getroffen door de overweldigende aanwezigheid in de Bijbel van het beeld van verstrooiing en ballingschap. Verwoeste steden, het volk opgejaagd onderweg. Het is telkens opnieuw hetzelfde scenario: de weigering of de vrees zich voor anderen te openen en samen te leven, conflicten en verwarring (Noah, Babel, Sodom), met verstrooiing als straf.”

“Dat beeld van een volk op de vlucht, van een steeds terugkerende diaspora, is ons vreselijk vertrouwd”, gaat de schrijver voort.  “Vanaf het begin vertelt de Bijbel dat de mensenmassa samentroept en elkaar verscheurt. De catastrofes komen en gaan voortdurend. De afscheuringen en breuken schieten altijd opnieuw wortel. Vanaf het begin verhaalt de Bijbel over een steeds opnieuw begonnen ballingschap. Het eerste gebod dat de mensheid krijgt –  ‘Wees vruchtbaar en bevolk de aarde’  (Genesis 1, 28) –, lijkt al heel vlug op een beproeving. Driftig als we zijn door die belofte van vruchtbaarheid leidt die tot een oorlog tussen broers, tussen clans, tot verstrooiing en ballingschap.”

Zending
Voor Boyer stellen de verhalen de vraag naar de zending van de mensheid.  “Hoe moeten we samenleven? En dan nog zo talrijk?”, vraagt hij zich af.  “In Genesis verstrooit God zelf de volkeren en de families over het hele aardoppervlak. Volgens de Talmoed wil God niet dat de mens sedentair blijft, maar dat hij zich over de hele aarde verspreidt om Zijn glorie te verkondigen. Die missie wordt aan Adam en Eva gegeven, daarna herhaald aan Noah en zijn kinderen wanneer ze de ark verlaten. Voor de Israëlitische stamhoofden staat die verstrooiing tegenover de werkelijkheid: erger geweld van clans, van vestingen en van grote rijken.”

Verspreiding
Het Godsvolk is het volk onderweg. Zodra het zich ergens vestigt, loopt het mis.  “Voor de zondvloed is de mensheid zo talrijk geworden dat ze de oppervlakte van de aarde had ingenomen, terwijl – door de conflicten – ruïnes zich verspreidden”, parafraseert Boyer Genesis 6.  “Verspreiding is de vrees van de clans die zich rond het delirium van Babel hebben verzameld.  ‘Laten we een stad bouwen met een toren, waarvan de spits tot in de hemel reikt; dan krijgen wij naam en worden wij niet over de aardbodem verspreid’, lezen we in Genesis 11, 4. De midrash daarover gaat trouwens nog verder:  ‘Waar sprake is van zich te vestigen, duikt de satan op.’  Die commentaar in de Bijbel constateert de negatieve consequenties van het zich vestigen. En effectief, als het volk zich vestigt op de vlakte van Shinear of in de Sinaï is dat vaak om zich op de afgodenverering te storten. Om zijn wereldse macht te vestigen, op een bepaalde plaats, en om te vergeten wat hij de Ander verschuldigd is.”

Bijbelvertaling
Overigens is het niet de eerste keer dat Boyer zich met de Bijbel bezighoudt. Rond de millenniumwisseling was hij coördinator van de nieuwe Franse Bijbelvertaling. “Een van de grootste avonturen van mijn leven”, vindt hij het.  “Niet alleen als uitgever, maar ook door de vriendschap. Het vergde zes jaar gemeenschappelijk werk van exegeten en Franse hedendaagse schrijvers. Gelovigen en niet-gelovigen, christenen en joden, mannen en vrouwen: het was een werk van diepgaande Bijbelse inculturatie.” In 2010 kwam een nieuwe editie van de TOB – de Traduction oecuménique de la Bible – uit. Of dat geen concurrentie was, amper tien jaar na zijn Bijbelvertaling?  “Nee, dat was helemaal niet hetzelfde”, reageert Boyer.  “Bij de TOB ging het om een nieuwe uitgave, niet om een nieuwe vertaling. Ons project was uniek: de Bijbelse boeken hertalen met medewerking van belangrijke romanciers, dichters en dramaturgen. Voor onze vertaling bestaat geen equivalent.”

Actualiteit
Als schrijver kan Boyer niet om de actualiteit heen.  “Ik engageer mij voor het onthaal van migranten”, stelt hij.  “Onze rijke Europese landen moeten openstaan voor die ballingschap zonder voorgaande. De volgende generaties zullen ons daarop beoordelen. Hoe hebben we vele honderden armen, volledige families soms, laten omkomen, laten verdrinken, elke week, terwijl ze trachtten te vluchten tot bij ons? De aanslagen hebben ons land getraumatiseerd, maar hebben het gelukkig niet verdeeld. Aan terreur mogen we niet toegeven.”

In Boyers romans spelen geloof en religie een vooraanstaande rol. In zijn laatste roman Yeux Noirs (2016) confronteert hij bijvoorbeeld zijn lectuur van de heilige Augustinus met die van de Kamasutra.  “Dat is mijn manier om mijn geloof en mijn verhouding met het christendom te bevragen”, besluit de Fransman. “Ik denk dat het geloof eerst komt door vragen, door een dringend verzoek, door een zorg. Literatuur laat dat ook toe. Wie gelooft, verwacht geen antwoord, maar heeft wel de moed de vragen te trotseren.”
(Bron: Weekblad Tertio www.tertio.be)

 39,90 In winkelmand

Nog geen reacties ontvangen.

Laat een reactie achter